Herijking ouderschap

In het nieuws verschenen de afgelopen dagen verschillende artikelen over de wetten en regels rondom meeroudergezinnen.  De koppen boven de artikelen varieerde van “Eén kind, drie ouders: dat ons gevoel klopt met de wet, daar gaat het om” (NOS, 2016), “Kind moet meer dan twee ouders kunnen hebben” (nu.nl, 2016) tot “Wet weet geen raad met meerouder-gezin, tijd voor ‘herijking’ ouderschap”. (deVolkskrant, 2016) Deze artikelen zijn geschreven naar aanleiding van de publicatie van het rapport “Kind en ouders in de 21e eeuw.” Deze rapportage is geschreven door de staatscommissie Herijking Ouderschap.

In de artikelen wordt niet het hele rapport besproken en ik krijg het idee dat er soms al een mening wordt gegeven voordat alle aanbevelingen zijn gelezen. Hierom heb ik besloten om zelf het rapport te lezen en een samenvatting te schrijven.

De staatscommissie heeft in 2014 opdracht gekregen om zich te buigen over vraagstukken rond afstamming, het meerouderschap, meeroudergezag en het draagmoederschap. (Rijksoverheid, 2015) Dit onderzoek is ingesteld omdat er in de huidige samenleving nieuwe mogelijkheden en vormen van gezinssamenstellingen zijn ontstaan als gevolg van technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze nieuwe ontwikkelingen sluiten niet aan op het beeld van de samenstelling van gezinnen waar de huidige wetgeving van uitgaat. In  het burgerlijk wetboek staat namelijk dat een kind niet meer dan twee ouders kan hebben. (Overheid, 2016)

Het rapport van de staatscommissie doet in totaal 68 aanbevelingen over juridisch ouderschap, gezag, draagmoederschap en algemene punten. Er is van uitgegaan dat kinderen in ieder geval belang hebben bij ‘goed ouderschap’. De Staatscommissie onderscheidt zeven ‘kernen’ van ‘goed ouderschap’. In de rapportage is het belang van het kind voorop gesteld.

Het eerste punt in de rapportage gaat over juridisch ouderschap. Wanneer de aanbevelingen worden uitgevoerd wordt het mogelijk dat een kind maximaal vier juridische ouders heeft. Deze personen hoeven geen genetische ouders te zijn van het kind. De personen die een juridisch meerouderschap aan willen gaan, dienen hiervoor voor de verwekking van het kind een meerouderschapsovereenkomst op te stellen en door de rechter te laten toetsen. Dit dient voor ieder kind afzonderlijk te gebeuren. Na goedkeuring door de rechter en conceptie van het kind dient bij de burgerlijke stand per ouder een akte van aanvaarding van het ouderschap te worden opgesteld. De achternaam van het kind dient in overleg worden gekozen uit de achternamen van de betrokken ouders. Dit dient voor de geboorte van het kind zijn geregeld. Wanneer dit niet is gebeurd bij de geboorte van het kind moet het kind worden geadopteerd.

Naast de bestaande vorm van volledige adoptie moet eenvoudige adoptie mogelijk zijn. Hierbij blijven de bestaande juridische banden met de ouders behouden. De adoptie moet ook mogelijk zijn voor grootouders.

Het aanvaarden van het ouderschap wordt de vervangende term van de erkenning van een kind. Dit kan worden gedaan door een persoon die meerderjarig is of met toestemming van de rechter. De aanvaarding van het ouderschap moet gebeuren met instemming van het kind vanaf een leeftijd van acht jaar (nu 12 jaar) en de moeder. Alleen de rechter kan dit blokkeren wanneer hij dit in het belang van het kind acht.

Een kind mag vanaf twaalfjarige leeftijd de rechter vragen om de aanvaarding van het ouderschap te vernietigen. Wanneer de rechter hiermee instemt, dient de vernietiging direct in te gaan. Wanneer een ouder het ouderschap wil vernietigen is wel een termijn van toepassing.

Het juridische gezag moet ook mogelijk worden voor ouders die een meerouderschapsovereenkomst hebben. Dit betekend dat er ook maxiaal vier ouders gezag over een kind kunnen hebben. Ook het gezag moet bij de geboorte zijn vastgelegd. Vanaf achtjarige leeftijd dient het kind met een wijziging in het gezag in te stemmen. Het juridische gezag moet gedeeltelijk aan pleegouders of stiefouders kunnen worden overgedragen. Het moet voor stiefouders die een kind minimaal één jaar hebben verzorgd mogelijk zijn om verwijdering van het kind  uit zijn of haar gezag door een gezaghebbende ouder te blokkeren.

Het draagmoederschap moet in de wet worden opgenomen en zorg dragen voor zowel het kind, de draagmoeder als de wensouders. Het bemiddelen bij en het openbaar maken van de wens om draagmoeder te worden moet wettelijk zijn toegestaan voor instellingen en personen zonder winstoogmerk. Voor de conceptie van het kind moet een regeling worden opgesteld en worden goedgekeurd door een rechter. Een genetische band tussen het kind en minimaal één wensouder is wenselijk. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechter hiervan afwijken. Het draagmoederschap dient geregistreerd te worden in het register ontstaansgeschiedenis. In het rapport zijn ook vergoedingen en aanvullende regelingen voorgesteld.

De voorstellen in het rapport zijn aangeboden aan Minister Van der Steur. Hij heeft het rapport vervolgens aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. In een begeleidende brief zegt Van der Steur toe om in februari 2017 een congres te organiseren, in het voorjaar 2017 met kinderen te praten en een onderzoek te laten instellen op financiële en uitvoeringsconsequenties. Dit betekent dat er een begin is gemaakt met het moderniseren van het juridisch ouderschap, maar dat er nog een lange weg te gaan is voordat er daadwerkelijk nieuwe wetten zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s